
Ik speel al heel wat jaren finger-style akoestische gitaar en ik droom ervan om ooit mijn eigen gitaar te bouwen. Daarvoor moet ik nog heel wat vaardigheden leren. In de tussentijd maak ik objecten die een relatie hebben met gitaar spelen. Begonnen met wandhouders voor mijn gitaren, is hier het vervolg: een muziekstandaard.
Het principe van Louis Sullivan (form follows function) sloeg ik in de wind; bij dit object volgde de functie de vorm. En in tegenstelling tot eerdere projecten, waarvoor ik om te beginnen het ontwerp precies uitwerkte, ontstonden de details gaandeweg. Een interessante ontdekkingstocht.
Het idee

Het begon met gerooide stammetjes appelhout uit Zelfplukboomgaard ’t Straatje. Ik mocht enkele redelijke rechte exemplaren uitzoeken om er “iets moois van te maken”. De stammetjes hebben een jaar onder onze carport gelegen voor ik er iets mee ging doen.
Na een bezoek aan het atelier van interieurbouwer en kunstenaar Ranko van Tricht ontstond het idee om een organisch ontwerp te maken voor een muziekstandaard in de vorm van een libelle. De vleugels als bladmuziekhouder en het appelstammetje als lijf. En daarmee zeer functionele maar lelijke metalen muziekhouder te vervangen.
De vleugels
In eerste instantie wilde ik de vleugels maken van een combinatie van hout en epoxy. Een collega-meubelmaker bij de Coöperatie wees me op een artikel in het tijdschrift Holzwerken. Daar werd uitgelegd hoe je met fineer een opengewerkte vlindervleugel kan maken. Daarmee was de toon gezet.
Hieronder het ontwerp van de vleugel; de grijze delen van jatoba fineer, de blauwe delen van esdoorn fineer en de witte delen helemaal opengewerkt. Met een elektrische figuurzaag goed te doen.



De staart
De vorm van de staart is bepaald door de vorm van het appelstammetje, krom en knoestig. Allereerst verwijderde ik de bast. Een behoorlijke klus, maar de moeite waard. Onder de bast kwam een prachtige houttekening te voorschijn, een mix van blank en bruin.



De romp, de voet en de balans
Voor de romp gebruikte ik een iets dikker stammetje. De kop is gesneden met de gutsen die ooit van mijn vader waren. Ik heb de liefde voor het houtbewerken echt niet van een vreemde. Houtsnijwerk is wel ambacht apart, maar met kennis van de eigenschappen en eigenaardigheden van hout heb ik het er niet slecht vanaf gebracht, al zeg ik het zelf. De eerste poging leek nergens naar -geen mooie vorm- maar over deze romp ben ik best tevreden. Met een pen-gat verbinding zit de romp stevig op de staart.
Om de bladmuziek leesbaar te krijgen moest het geheel zo’n 15º achterover hellen. Ik had nog een mahoniehouten balk liggen van een eerder project. Die doet nu dienst als voet en zorgt ervoor dat het geheel stabiel staat.
De vleugels zijn in een sparing op de romp bevestigd met messing schroeven en een afdekplaatje. Mijn logo mocht daar natuurlijk niet ontbreken. Als dit object ooit een keer vervoerd moet worden dan kunnen de vleugels gedemonteerd; het esdoornfineer is namelijk flinterdun en behoorlijk kwetsbaar.




De gaten in de vleugels bieden plek voor duimplectrums, stemapparaatje en capo.