Ik speel graag en vaak op mijn akoestische gitaren. Hoe tof zou het zijn om mijn eigen gitaar te ontwerpen en maken! Daarom heb ik in oktober 2025 Outback Acoustics in Bemmel bezocht. In hun werkplaats kun je hulp krijgen bij het proces.

Op 15 december kreeg ik bericht dat ik welkom was om het materiaal uit te zoeken en te bespreken welk model en wanneer te beginnen.  Het gaat een model Martin 00 worden. De achter- en zijkant van indisch pallisander, bovenkant van bear claw sitka spruce en de hals van mahonie met ebben toets. 

Het idee om het rozet zelf te maken heb ik toch maar laten varen. In plaats daarvan heb ik gekozen voor een eenvoudig prefab rozet. 

Een aantal nuttige links:

Home

De start: het temmen van de pallissander.

Het proces begint bij de basis: de zijkanten. Ik heb gekozen voor hoogwaardig pallisander (Indian Rosewood). Dit hout is niet alleen prachtig om te zien, maar biedt ook de diepe, rijke tonen die ik zoek.

Stap 1 is het buigen van het hout. Met behulp van hitte en vocht dwing ik het stugge pallisander in de elegante curves van de klankkast. Beide helften zitten inmiddels perfect op vorm. Het is een traag en tactiel proces, maar dat is precies waar de schoonheid van het ambacht ligt.

De zijpaneeltjes zijn daarvoor recht gezaagd en met een vlakschuurmachine naar 2.1 mm dikte geschuurd. Daarna heb ik op afplaktape die punten in de mal gemarkeerd waar de grootste krommingen komen, en dat overgebracht op het hout.

Het hout is aan de binnenkant natgemaakt en met een heet buigijzer plaatselijk verhit. Daarmee worden lignine en houtcellen cellen zachter en buigzaam en kunnen de vezels uitrekken aan de buitenkant van de bocht en samendrukken aan de binnenkant. Zodra het hout afkoelt en droogt, ‘onthoudt’ het de nieuwe vorm, die nu als een permanent geheugen in de vezels is gegrift.

Nadat de andere zijkant op dezelfde manier op vorm is gebracht, heb ik beide delen goed nat gemaakt en in de MDF mal gespannen. De mal heb ik niet zelf gemaakt, die stond al voor me klaar in de workshop. 

Update #2: De ruggengraat van de klankkast

Nu de zijkanten van het pallisanderhout in de juiste vorm zijn gebogen, is het tijd voor de volgende stap: de constructie van de “krans”. Dit is het frame dat straks het boven- en achterblad met elkaar verbindt.

De verbinding: Hals- en staartblokken

Om de twee losse zijkanten tot één stevig geheel te smeden, lijm ik ze aan de voor- en achterzijde vast aan houten blokken. Het halsblok is misschien wel het belangrijkste onderdeel van de gitaar; dit moet straks de enorme spanning van de snaren kunnen opvangen. Het staartblok zorgt voor stabiliteit aan de onderzijde.

Kerfed Lining: De lijmranden

Omdat de zijkanten van deze gitaar maar 2mm zijn is er niet genoeg oppervlak om het boven- en achterblad stevig vast te lijmen. Hiervoor gebruik ik kerfed lining (ook wel repen of lijmlijsten genoemd).

Dit zijn stroken hout waarin om de paar millimeter inkepingen zijn gezaagd. Hierdoor worden ze flexibel genoeg om de contouren van de Martin 00-vorm precies te volgen. Door deze aan de binnenkant van de zijkanten te lijmen, vergroot ik het lijmoppervlak aanzienlijk zonder veel gewicht toe te voegen.

Meubelmakers-detail: Waar ik bij een kast vaak werk met stevige domino’s, deuvels of pen-gat verbindingen, draait het hier om een fragiele balans tussen lichtgewicht constructie en maximale lijmkracht.

Update #3: De stem van de gitaar – Bear Claw Sitka Spruce

Nu de krans staat, is het tijd voor het meest kritieke en visuele onderdeel van de bouw: het bovenblad. Dit is niet alleen de “speaker” van de gitaar, maar ook het esthetische middelpunt.

Materiaalkeuze: Bear Claw Sitka Spruce

Voor deze Martin 00 heb ik gekozen voor een bijzonder stuk hout: Bear Claw Sitka Spruce. Deze zeldzame variatie dankt zijn naam aan de grillige groeipatronen die eruitzien alsof een beer zijn klauwen in de boom heeft gezet. Naast de unieke look is dit hout vaak stijver, wat zorgt voor een superieure klankrespons. De twee delen van het blad zijn bookmatched. Hiervoor wordt één dikke plank doormidden gezaagd en opengeklapt als een boek aan de zijkanten aan elkaar gelijmd. Daarmee ontstaat een gespiegeld patroon waarin de “bear claw” tekening prachtig tot zijn recht komt.

Het Rozet: handwerk op de vierkante millimeter

Voordat het blad op zijn definitieve dikte wordt geschaafd, is het tijd voor het aanbrengen van het rozet — de versiering rondom het klankgat. Dit is een proces waarbij uiterste precisie vereist is.

Infrezen: Met een cirkelgeleider freesde ik een ondiepe gleuf in het Sitka Spruce. Hierbij is er geen ruimte voor fouten; één uitschieter en het kostbare bovenblad is verloren.
Inleggen & verlijmen: De ringen van het rozet zijn met de hand ingelegd en verlijmd. Het contrast tussen het strakke inlegwerk en de wilde tekening van de ‘Bear Claw’ begint hier al prachtig vorm te krijgen.
Het klankgat: Pas nadat het rozet volledig is uitgehard en vlak is geschaafd, freesde ik het klankgat uit. Het hart van de gitaar is nu letterlijk open. De positie van het klankgat (14 cm vanaf de bovenkant van de klankkast) is bepaald door de keuze voor een lange mensuur.

Meubelmakers-detail: In de ambachtelijke meubelmakerij gebruiken we inlegwerk vaak als decoratief element op een stabiele ondergrond. Bij een gitaar is dat anders: je freest in een blad dat uiteindelijk maar 2,8 mm dik is. Waar ik bij een dienblad rustig een millimeter marge heb, is hier elke tiende van een millimeter bepalend voor de structurele integriteit. Het is “spannend” werken; je balanceert constant op de grens van wat het hout kan hebben.

3. Hals en kop

Die maak ik van een mooi stuk mahoniehout uit mijn eigen houtvoorraad. Mijn gitaarleraar Ron van Opijnen was het roerend eens met deze keuze. Goed hard hout en nog mooi ook.

Het ontwerp van de kop vordert; in ieder geval asymmetrisch met een twee-kleurige fineer bovenkant.