De grote samensmelting: de body krijgt vorm

Het is zover. De losse onderdelen in de werkplaats beginnen eindelijk op een echte gitaar te lijken. Na weken van buigen, schaven en frezen is het tijd voor de ultieme stap: het samenvoegen van de klankkast. De krans (de zijkanten), het bovenblad en het achterblad worden nu definitief met elkaar verenigd.

De voorbereiding: passen en meten (en nog eens meten) Voordat de lijm tevoorschijn komt, volgt de ‘droogloop’. Alles moet naadloos op elkaar aansluiten. De toonbalken aan de binnenkant van de bladen vallen precies in de uitsnedes van de lijmranden (kerfed lining). Als hier ergens een millimeter spanning op staat, wreek zich dat later in de klank of — erger nog — in een openspringende naad. Het is een kwestie van voorzichtig bijsteken met de beitel totdat de achterkant en de voorkant als een perfect passend deksel op de krans vallen.

Lijm, klemmen en een milde hartverzakking Als alles past, gaat het snel. Omdat ik met traditionele houtlijm werk, heb je maar een beperkte tijd voordat de lijm begint te pakken. Eerst breng ik de lijm aan op de smalle randen van de krans. Daarna gaat het blad erop en begint het grote klemmen-ballet.

Aangezien een gitaar geen rechte hoeken heeft, kun je niet zomaar een paar standaard lijmklemmen vastdraaien. Ik gebruik een heel leger aan speciale spoelklemmen (spool clamps) rondom de hele contour. Het resultaat ziet er indrukwekkend uit: de gitaar verdwijnt bijna onder een woud van houten schroefdraad. Terwijl de lijm eruit perst, poets ik snel de overtollige resten weg. Je wilt immers geen opgedroogde lijmklodders in je klankkast hebben die straks de boel gaan dempen.

Het moment van de waarheid Als de lijm is uitgehard en de klemmen eraf mogen, volgt het mooiste moment. Je haalt de gitaar uit de mal en houdt voor het eerst een dichte, holle klankkast vast. Als je er nu op klopt, hoor je geen losse plankjes meer, maar de resonantie van de hele body. De paars/bruine tekening van het Indisch palissander sluit nu prachtig aan op het lichte Sitka Spruce voorblad. De basis staat.

Meubelmakers-detail: In mijn meubelmakerij is een kast pas geslaagd als hij loodzwaar, massief en onwrikbaar op zijn plek blijft staan. Een goeie kast geeft geen krimp. Bij deze gitaarbody heb ik precies het tegenovergestelde gebouwd: een houten doos met wandjes van amper 2 millimeter dik, die zo licht is dat je hem met één vinger optilt. Het voelt bijna onnatuurlijk om een constructie zó fragiel te maken, maar deze ‘meubels’ moeten nu eenmaal trillen om te overleven. Een rammelende kast is in de meubelmakerij een ramp, maar hier is het juist de bedoeling.